Op dinsdag 30 september 2025 kopte de Telegraaf op de voorpagina boven een artikel: “Nationale politie stevent af op grootste tekorten ooit:’Zwart scenario dreigt’”.
Het scenario dat wij als platform al vanaf het moment dat de Nationale Politie een feit was, meerdere malen onder de aandacht brachten bij Kabinet, formateurs van voorgaande Kabinetten, korpsleiding, woordvoerders politie/justitie van alle fracties in de 2e Kamer. Een serieus geluid van mensen met “de poten in de klei” die de pijn steeds meer voelen. Zij zijn de laatste schakel die, wanneer er boven aan de bezuinigingsknoppen gedraaid wordt, onderaan te maken krijgen met een ernstig tekort aan zuurstof. Helaas tegen dovemans oren.
Toen ik het artikel las, moest ik onwillekeurig denken aan een al wat oudere maar nog steeds actuele column met de titel “50 Tinten Blauw”, van een gewaardeerde collega en begaafd schrijver onder de pseudonaam Jack Jones, die ik hierbij nogmaals onder de aandacht breng:
___________________________________________________________________________________________________________
Managers, u kent ze wel. Ze lopen overal in het wild rond en in allerlei variaties en kleurschakeringen. Ook ziet u ze in het blauw met vele gradaties van licht tot donkerblauw. Deze laatsten zijn zeldzaam, u vindt ze bijna niet meer. Soms zijn ze later blauw gespoten en dat hecht vaak niet goed. Anderen waren ooit donkerblauw maar zijn door de jaren heen zo van kleur verschoten dat het lijkt of ze nooit blauw zijn geweest.
Managers zijn weleens herkenbaar aan een tablet pc. Druk tikkend tijdens vergaderingen, hun email beantwoordend of aan de Wordfeud, wie zal het zeggen. Ze hebben dan ook een ‘groepskreet: ‘Stuur maar door naar mijn Gmail-account’. Van die internetgigant, die alle informatie als de zijne beschouwd en bedenk meteen: informatiebeveiliging is alleen bedoeld voor ‘the workingclass’.
Bij allerlei overleggen en seminars kom ik ze tegen: Managers en ze gebruiken dan graag moeilijke woorden zoals casus en gremia. En alle andere managers zitten dan heel instemmend te knikken alsof ze het snappen en langzaamaan zakken ze weg in hun eigen wereld. Tot het moment dat er een gruwelijke managementterm wordt gebruikt zoals Bottom-Up.
Meteen zijn ze weer bij kennis, het gevaar loert namelijk van onderen.
Straks komt er een werkbaar voorstel, gebaseerd op praktijksituaties en niet op aannames en cijfermatige mambo jambo. Koortsachtig zie ik ze denken: Oei Oei (Ongewenst Eigen Initiatief en dat 2x), hoe sabelen we dit neer? Had ik het zelf kunnen bedenken en waarom heb ik het niet gedaan?
De oplossing is nabij en blijft dicht bij henzelf. Ze verdedigen zich door gegoochel met cijfers waar Hans Klok jaloers op zou zijn. Waarom zou het over de inhoud gaan…. en al die tijd ben ik wakker en alert. Telkens blijf ik op zoek naar die ene mensenmanager met donkerblauw bloed want de jacht is weer eens begonnen.
Managers hebben macht, veel macht. Dat laten ze mij weten ook. Die macht krijgen ze van elkaar en pakken ze bijna nooit af. Soms is die macht zo groot dat ze alles maar kunnen doen, wat de omgeving er ook van vindt. Onbegrijpelijke beslissingen nemen gaat ze makkelijk af en ik beluister hun argumentatie’s met stijgende verbazing. Zijn deze mensen wel van onze planeet?
Kijk nou eens, daar loopt een donkerblauwe manager, gewoon los. Onze blikken kruizen en ik zie in zijn ogen dezelfde verbijstering als bij mij. Snel verdwijnt hij in de menigte en ik ben te laat.
Sommigen managers hebben een groot ego, soms zo groot dat het niet eens in een zeecontainer past. Er is geen drupje blauw in hun bloed aanwezig en het zijn onderkoningen met een eigen rijk. Zij regeren met straffe hand over de blauwe onderdanen en hun wil is wet. Niemand wil de naam van de onderkoning meer uitspreken. De donkerblauwe ‘blue collars’ weten meteen over wie het dan gaat en daar is geen spat fictie aan. Ik ben oprecht triest want het gaat mij namelijk ook aan.
Ik keer terug naar mijn overleg of seminar en merk weer een keer dat het de managers nogal eens ontbreekt aan inhoudelijke en vooral praktische kennis van zaken en dit vooral verbloemen met one-liners, algemeenheden en het ‘grote plaatje’. Tot de kern komen ze weer eens niet maar dat weerhoudt hen niet om plannen en projecten met een simpele pennenstreek door te halen met hetzelfde gemak alsof ze hun declaratie ondertekenen.
Het volgende topic komt aan de beurt en hier zijn ze goed in, ze weten er alles van: cijfers.
Ik ga rechtop zitten want nu komen we bij hun core-business. Return on investment hoor ik voorbij komen en strijdbaar roepen ze dat het over moet zijn met kapitaalvernietiging.
Ik ben in verwarring, snappen ze er dan toch wat van?
Lang duurt mijn euforisch gevoel niet want de indrukwekkende maatregelen die ze nemen zoals dubbelzijdig printen en geen complete gel-pennen meer bestellen, stemmen mij niet vrolijk. Ik kijk maar weer eens meewarig naar buiten met het getetter en gebral op de achtergrond. Ja overpeins ik, ze gaan echt de strijd aan tegen kapitaalvernietiging.
Ik hoor en zie dat de managers goed zijn in sterfhuis constructies, soms uit onwetendheid, soms doelbewust, soms gewoon omdat het kan. En de voorbeelden volgen. Investeringen in mensen, middelen, procedures en netwerken, die pas na jaren tot hun volle glorie zijn gegroeid, trekken ze uit elkaar als een pitbull met een lappenpop. Wat zijn ze toch goed bezig die managers met een houding van: ik ben OK en jij bent een sukkel.
In mijn ooghoek zie ik een groepje staan met in het midden een dame. Voorzichtig sluit ik aan, want hier gebeurt wat. De dame houdt een vurig betoog over processen, borgingen en werkbeschrijvingen en de andere managers knikken en glunderen. Ik ben de draad helemaal kwijt en tijdens een korte pauze in haar betoog vergeet ik ineens mijn plaats in de organisatie en stel een wel heel donkerblauwe vraag: Maar wie gaat nu die boef pakken dan? Holle blikken vallen mij ten deel en ik hoor ze bijna denken: Wie is die donkerblauwe vlerk, dat hij denkt er verstand van te hebben. Het is mij duidelijk, mijn houdbaarheid hier is verlopen en laat ze in totale verbijstering achter.
Tijdens de zoveelste pauze probeer ik wat dingen bespreekbaar te maken en merk dat managers niet houden van donkerblauwen die voor hun vak staan, ideeën hebben en inhoudelijk weerwoord geven in plaats van alleen maar doelloos lopen te griepen. Een gesprek gaan ze niet graag met me aan maar geven mij een waarschuwing, vriendelijk verpakt maar het voelt aan als rechtstreekse bedreiging.
U begrijpt het al, ik heb het niet zo op managers. Toch blijf ik zoeken naar de meest donkerblauwe die ik vinden kan, om daar mee samen te werken en de noodzakelijke groei in ons werk mee te realiseren. Ik vind mijn werk namelijk leuk. Ik heb er één op de korrel zo’n mensenmanager met een behoorlijke blauwtint en met een beetje mazzel komt het goed zolang hij/zij maar normaal blijft doen.
Ik leun achterover terwijl ik mijn blog afsluit en ineens schiet de vriendelijk verpakte waarschuwing door mijn hoofd. Als het mij maar niet in de kont gaat bijten…